Werkkostenregeling (WKR)
In 2026 bedraagt de vrije ruimte 2% over de eerste €400.000,- van de fiscale loonsom. Hierna zal het 1,18% bedragen over het meerdere deel. De WKR biedt nog steeds ruimte om onbelaste vergoedingen te verstrekken, maar het is essentieel om up-to-date te blijven om boetes te voorkomen en optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte.
Aanbeveling: Voer een jaarlijkse WKR-check uit om te beoordelen of de vergoedingen die u biedt optimaal zijn afgestemd op de nieuwste regels.
Gerichte vrijstellingen werkkostenregeling
Onder voorwaarden gaan bepaalde vergoedingen niet ten koste van uw vrije ruimte. Enkele voorbeelden van vergoedingen met een gerichte vrijstelling zijn:
Nihilwaarderingen werkkostenregeling
Bepaalde voorzieningen op de werkplek gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Deze krijgen een zogeheten nihilwaardering. Denk aan:
Minimumloon per 1 januari 2025
Het wettelijk minimumloon vanaf 1 januari 2026 is vastgesteld door de Rijksoverheid op een uurloon van €14,71 per uur voor een werknemer van 21 jaar en ouder.
Vanaf 1 juli 2026 zal het uurloon uitkomen op €14,99 per uur voor een werknemer van 21 jaar en ouder.
Reiskostenvergoeding
Ook in het jaar 2026 zal de reiskostenvergoeding €0,23 per km bedragen. Het is aan de werkgever om te bepalen wat de hoogte van de reiskostenvergoeding wordt. Alleen bij cao-afspraken over deze vergoeding moet de werkgever zich aan deze regels houden.
Thuiswerkvergoeding
Per 1 januari 2026 stijgt de thuiswerkvergoeding naar maximaal €2,45 per dag. Deze vergoeding is bedoeld om extra kosten op te vangen die werknemers eventueel maken door vanuit huis te werken.
Normbedrag maaltijdvergoeding
Het bedrag voor een maaltijdvergoeding voor maaltijden in de bedrijfskantine stijgt per 1 januari 2026 van €3,95 naar €4,05.
Vrijwilligersvergoeding
De vrijwilligersvergoeding stijgt in 2026 naar €2200,- per jaar en €220 per maand. Ontvangt de vrijwilliger een uurvergoeding dan geldt hier een maximum voor van €5,75 per uur voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder en €3,40 voor personen jonger dan 21 jaar.
ETK-regelingen / internationale werknemers (30% regeling)
De regeling voor extraterritoriale kosten (ETK) wordt versoberd:
Extra kosten van levensonderhoud (gas, water, licht etc.) en privé-gesprekskosten met het land van herkomst worden niet meer als onbelast vergoed.
Maximale salarisgrens voor de 30%-regeling is voor 2026 vastgesteld op €262.000.
Bijtelling fiets van de zaak / deelfietsen
De bijtelling voor een ter beschikking gestelde fiets wordt aangepast. Tot nu toe gold de forfaitaire bijtelling van 7% ook als de fiets slechts incidenteel of alleen voor een deel van het woon-werkverkeer werd gebruikt. Dit leidde tot onbedoelde belastingheffing. Voortaan geldt dat geen bijtelling verschuldigd is als de fiets niet meer dan bijkomstig (maximaal 10%) bij het woon- of verblijfadres van de werknemer wordt gestald. Voor de IB-ondernemer geldt een soortgelijke regeling: de onttrekking wordt op nihil gesteld. Daarnaast wordt in de aanpassing verduidelijkt dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen fietsen en zogenoemde deelfietsen. Ook deelfietsen vallen onder de regeling. Zo wordt onduidelijkheid over het gebruik van de fiets van de zaak weggenomen.
Lage-Inkomensvoordeel (LKV)
Vanaf 1 januari 2026 verandert de wetgeving rondom de banenafspraak. Het is voor werkgevers makkelijker om gebruik te maken van de loonkostenvoordeel. Tevens wordt de banenafspraak verbreed. Sommige mensen met een Wajong- of WIA-uitkering vallen vanaf 1 januari 2026 ook onder de doelgroep. Let op: deze twee groepen staan pas vanaf maart 2026 in het doelgroepregister.
Inkomstenbelasting 2026
De inkomstenbelastingschijven worden jaarlijks aangepast. In 2026 zullen de tarieven en schijflengtes opnieuw veranderen om de koopkracht van verschillende inkomensgroepen te beïnvloeden. Dit betekent dat werknemers te maken krijgen met wijzigingen in de loonheffing.
Vanaf 1 januari 2026 is het tarief in de eerste schijf 35,75% en in de tweede schijf 37,56%
Tip voor werkgevers: Voorzie uw werknemers van informatie over de veranderingen, zodat ze inzicht krijgen in hun te verwachten netto-inkomen. Een transparante communicatie voorkomt verrassingen op de salarisstrook.
Arbeidskorting 2026
De arbeidskorting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de werknemer. In het jaar 2026 is de maximale arbeidskorting €5685,- Vanaf een inkomen van €45.592,- wordt de arbeidskorting steeds lager.
Gebruikelijk loon DGA
Het minimale DGA-salaris stijgt in 2026 naar €58.000,- Dit is het verplichte minimumloon voor een directeur-grootaandeelhouder.
Lagere bijdrage Zvw
De werkgeversbijdrage voor de zorgverzekeringswet (Zvw) gaat omlaag van 6,51% naar 6,10% Voor een DGA geldt een verlaging van 5,26% naar 4,85% in 2026.
Bij de start van een dienstverband moet je jouw werknemer informatie geven over de arbeidsvoorwaarden en zijn rechten en plichten. Vanaf 1 augustus 2022 wordt deze plicht uitgebreid.
Welke informatie moet je als werkgever verstrekken:
Binnen termijn van één week:
Binnen termijn van één maand:
Alle gegeven moeten schriftelijk of elektronisch verstrekt worden.
Ouderschapsverlof
Per 2 augustus 2022 mogen ouders 9 weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof opnemen in het 1e levensjaar van het kind. De ouder die het verlof opneemt ontvangt een UWV-uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon.
Het geldt ook voor werknemers die ouders zijn geworden voor de invoering van de wet. Het kind moet op het moment van invoering jonger dan 1 jaar zijn. Voorwaarde is dat ze nog niet het volledige recht op ouderschapsverlof hebben opgenomen.
In geval van adoptie- of pleegouderschap is het verlof ook mogelijk voor kinderen onder de 8 jaar. Dit geldt alleen voor het eerste jaar na de dag van de feitelijke adoptie of plaatsing.
Compensatie transitievergoeding
Werkgevers kunnen compensatie aanvragen voor een betaalde transitievergoeding bij ontslag als zij een werknemer ontslaan die meer dan 2 jaar ziek is. Dit geldt ook als een klein bedrijf stopt doordat de eigenaar met pensioen gaat of overlijdt.
Compensatieregeling transitievergoeding bij langdurig zieke werknemer.
Een werkgever moet loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Als de werknemer meer dan 2 jaar ziek is, kan de werkgever ontslag aanvragen bij UWV. De zieke werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding.
Met de Regeling compensatie transitievergoeding kan de werkgever de betaalde transitievergoeding terug krijgen. Zo voorkomt de Rijksoverheid dat werkgevers te maken krijgen met een opeenstapeling van kosten na 2 jaar loon doorbetalen aan zieke werknemers. Daarnaast geeft deze regeling werknemers meer zekerheid. Dit zorgt dat werkgevers sneller het dienstverband beëindigen na 2 jaar ziekte.
Voor de voorwaarden zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ontslag/compensatie-transitievergoeding
Wet arbeidsmarkt in Balans (WAB)
Deze wet is ingevoerd om het vaste contract voor werkgevers aantrekkelijker te maken. Wanneer een werknemer een vast contract krijgt zal de werkgever een lagere WW- premie betalen dan voor iemand met een flexibel contract.
De hoofdregel is dat vanaf 1 januari 2020 de lage premie geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tenzij sprake is van een oproepovereenkomst.
Nulurencontracten en min-max contracten komen niet in aanmerking voor de lagere premie.
Voor arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan voor een leer-werktraject in de beroepsbegeleidende leerweg geldt een uitzondering. Deze contracten zijn altijd voor een bepaalde tijd, maar toch mag je als werkgever het lage percentage hanteren. Dit geldt ook voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar en niet meer dan 12 uur per week werken.
Het lage percentage wordt herzien:
De voorwaarden hiervoor zijn:
Werknemer en werkgever hebben een schriftelijk addendum ondertekend.
Uit het addendum blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd welke geen oproepovereenkomst is. Het addendum wordt bewaard bij de loonadministratie.
Is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nog niet verstreken, maar wordt deze welomgezet in een contract voor onbepaalde tijd of wordt het contract voor bepaalde tijd opgevolgd door onbepaalde tijd? Dan mogen deze afspraken ook vastgelegd worden in een addendum.
Ketenbepaling:
De periode waarin opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een vast contract wordt verruimd. Vanaf 2020 is het mogelijk om 3 tijdelijke contracten in 3 jaar aan te gaan. Dit was in 2019 nog 3 contracten in 2 jaar.
Werknemers met tijdelijke contracten mogen na een pauze van 3 maanden weer ingehuurd worden. Dit kan alleen bij terugkerend tijdelijk werk dat maximaal 9 maanden per jaar wordt gedaan. Een voorwaarde is dat hier wel afspraken over zijn gemaakt in de cao.
Prijzen Loonloon
We hebben besloten om de prijzen dit jaar niet te verhogen. Net zoals 2024 zullen de prijzen als volgt zijn:
Basis:
Aanvullend: